wie-staat-er-aan-de-kant-van-de-heer

Israël had geen geloof

Gods woord was niet genoeg voor de Israëlieten. De Heer gaf hen ongelooflijke beloftes, maar temidden van hun crisis vertrouwde Israël Hem niet. Ondanks elke belofte beschouwden ze Zijn Woord als nutteloos. Hoe kan dat? Door dit Woord nooit te mixen met geloof. “Maar het woord der prediking was hun niet van nut, omdat het niet met geloof gepaard ging bij hen die het hoorden” (Hebreeën 4:2)

In plaats daarvan eiste het volk continue een nieuw woord van God op. Met andere woorden: “We moeten weten of God met ons is in deze huidige crisis, niet alleen in de laatste. We willen een nieuwe openbaring van Hem ontvangen voor deze specifieke situatie”. Ik wil u vragen, hoe kan iemand toch zo snel vergeten wat God voor hen gedaan heeft? Israël was iedere situatie waaruit God hen verlost had vergeten, ze hebben het niet toegestaan dat Zijn bovennatuurlijke werken geloof en vertrouwen hebben opgebouwd in hen.

Maar toch, ondanks alle beschuldigingen van Israël, sprak God een nieuw woord tot hen. Hij zei tegen Mozes dat hij hen het volgende moest zeggen: “Er is geen enkele reden om bang voor hen te zijn. De HEER, uw God, die voor u uit gaat, zal immers voor u strijden. U hebt toch gezien hoe hij het in Egypte voor u opnam” (Deuteronomium 1:29-30)

Dit was geen nieuwe belofte. God herhaalt hier gewoon simpelweg wat Hij al gezegd had: “De HEER zal voor u strijden, u hoeft zelf niets te doen” (Exodus 14:14)

Keer op keer heeft God hen gezegd “Ik ben met u, Ik zal voor u strijden. Grijp deze belofte en vergeet het niet!”. Maar daar waren ze dan, ze beefden voor hun vijand en richtte zich op hun eigen zwakheid. Uiteindelijk redeneerde ze: “We zijn niet bij machte om het tegen hen op te nemen”. Maar dat was regelrechte twijfel – twijfel aan God roeping over hun levens, twijfel aan dat Hij hen gestuurd had, twijfel over Zijn aanwezigheid in hun midden!

U denkt natuurlijk dat u nooit zo zult reageren, maar vandaag de dag zijn er zoveel Christenen die op precies dezelfde manier reageren: “Heer, bent u wel echt met me? Ik weet wat U beloofd heeft, maar is het écht waar? Kan ik vertrouwen op wat U gezegd heeft? Ik heb een vers woord nodig. Geef me toch wat meer zekerheid”.

En uiteindelijk staan we te beven voor de vijanden van onze ziel, omdat we simpelweg niet geloven en vertrouwen op wat God ons beloofd heeft. We handelen alsof Hij nooit iets tegen ons gezegd heeft, en we beginnen Hem te “verzoeken”. Ook al heeft Hij zichzelf keer op keer aan ons bewezen, we blijven Hem maar vragen om Zijn trouw te bewijzen, om wéér een nieuw geloofs-opbouwend woord te sturen. Maar God spreekt slechts één woord: “Vertrouw op wat ik U gezegd heb … vertrouw Mij!”