elia-les-over-luisteren

Verontreinigde oren

“God, de HEER, gaf mij een vaardige tong, waarmee ik de moedeloze kan opbeuren. Elke ochtend wekt hij mijn oor, zodat het toegerust is om aandachtig te horen. God, de HEER heeft mijn oren geopend en ik heb geen verzet geboden, ik ben niet teruggedeinsd” (Jesaja 50:4-5)

Let op het laatste vers: Jezus werd iedere morgen door de Heilige Geest gewekt. En de Geest stemde Zijn oor af om het Woord van Zijn Vader te horen. Toen Christus getuigde: “Ik heb geen verzet geboden, ik ben niet teruggedeinsd” zei hij: “Toen ik op aarde was werd mij vertelt wat ik moest zeggen, doen en horen. Ik heb me daar nooit van afgekeerd”.

Geliefden, ik heb deze geestelijke oproep tot ontwaken iedere morgen weer nodig. Ik moet er door de Heilige Geest aan herinnert worden: “David, sluit je oren voor alle laster, roddel en vuiligheid. Zorg ervoor dat je jezelf niet verontreinigd”.

Jezus eigen discipelen hadden vervuilde oren. Zo kwam het een keer voor dat Hij tegen hen zei: “Onthoud wat ik tegen jullie zeg: de Mensenzoon zal aan de mensen uitgeleverd worden” (Lucas 9:44). Met andere woorden: “Let goed op, want ik ga jullie een belangrijke openbaring geven. Ik zal gekruisigd worden. Laat dit diep tot jullie doordringen, want het is iets dat jullie moeten weten”.

Maar hoe reageerden Zijn discipelen hier op? De Schrift zegt: “ze begrepen de uitspraak niet” (vers 45). Waarom konden ze niet horen wat hun Meester tegen hen zei? Omdat hun oren vervuild waren met eigen-belangen. Want vlak erna lezen we: “Ze begonnen onderling te redetwisten over wie van hen de belangrijkste was” (vers 46).

Hier is het bewijs dat vervuilde oren geen diepgaande openbaringen uit Gods Woord kunnen ontvangen. Deze mannen konden de stem van Jezus niet horen, zelfs niet toen Hij in het vlees voor hen stond en hen rechtstreeks aansprak. In plaats daarvan zegt de Schrift: “De betekenis bleef voor hen verborgen” (vers 45). Ik vraag me af of hun ervaring tijdens de kruisiging anders zou zijn geweest als ze in staat waren geweest de woorden van Jezus te horen.

De waarheid is dat iedereen die in beslag genomen wordt door eigenbelang dit niet van zichzelf kan zien. En als dat wel zou kunnen dan zou zo iemand het nooit toegeven. Daarom konden de discipelen niet horen wat Jezus hen zei. Ze waren zo zelf-gericht, zo bezig met hoog op te geven over zichzelf, dat ze de stem van Christus niet konden horen.