tong bedwingen

Diefstal van de ergste soort

Jakobus waarschuwt de kerk: “Onze tong is net zo’n vlam: een wereld van onrecht, die onze lichaamsdelen in brand steekt. Want hij besmet het hele lichaam, hij steekt het rad van het leven in brand, met vuur uit de Gehenna” (Jakobus 3:6)

We lezen iets soortgelijks in Jesaja: “Dan geeft de HEER antwoord als je roept; als je om hulp schreeuwt, zegt hij: ‘Hier ben ik.’ Wanneer je het juk van de onderdrukking uitbant, de beschuldigende vinger en de kwaadsprekerij” (Jesaja 58:9). De Hebreeuwse betekenis van kwaadsprekerij betekent hier: oneerbiedigheid, onbeschoftheid, gebrek aan respect.

Jesaja doet hier een verbazingwekkende verklaring. De reden dat we bidden, vasten en Gods Woord bestuderen is om gehoord te worden in de hemel. Maar de Heer verbind hier een grote “als” aan. He verklaart: “Als u wilt dat ik u hoor, dan zult u naar de zaken van het hart moeten kijken. Ja, ik zal u horen – wanneer u ermee stopt met een vinger naar anderen te wijzen, wanneer u stopt oneerbiedig over hen te spreken”.

Het is een grote zonde in Gods ogen om zodanig te spreken dat het iemand anders reputatie kan schaden. Het is zoals we lezen in Spreuken: “Een goede naam is te verkiezen boven grote rijkdom, waardering boven zilver en goud” (Spreuken 22:1). Een goede reputatie is een schat die na verloop van tijd voorzichtig opgebouwd wordt. Maar toch kan ik heel snel iemands schat vernielen door slechts één belasterend woord van mijn lippen.

Nu zouden we iemands gouden horloge niet durven te roven, en ook zouden we iemands bankrekening niet snel plunderen. Maar God verklaart heel duidelijk dat het belasteren van iemands naam de ergste soort diefstal is die er maar bestaat. En dit kunnen we op hele subtiele manieren doen: door een beschuldigende vinger te wijzen, door vraagtekens te zeggen bij iemands karakter en door het doorvertellen van allerlei roddel. Het is waar, vijf van de meest vernietigende woorden die we spreken zijn: “Heb je al gehoord dat …”. Louter een suggestie kan iemand al beroven van iets waardevols en het verontreinigd onze eigen mond.