johannes-de-doper-gevangenis

De betekenis van God verzoeken

De psalmenschrijver zegt het volgende over de zonde van Israël: “zij verzochten God in hun hart” (Psalm 78:18). De Hebreeuwse betekenis van deze zin wijst er op dat de Israëlieten “boven hun vermogen” beproefd werden. Dit betekent dat er geen enkele menselijke methode meer over was om voor zichzelf te voorzien. Toen ze tot deze plaats kwamen dachten ze dat God hen verlaten had, dat Hij stil bleef en uit het zicht was.

Dit is simpelweg wat het betekent om God te verzoeken. Het gebeurt wanneer Zijn kinderen in een plaats van beproeving geplaatst worden en hun crisis zodanig groeit dat hun hart door angst wordt gegrepen, en ze het uitroepen: “Heer, waar bent u? Waar is mijn verlossing? Waarom bent u er niet? Bent U nu met me of niet?”

Het is onmogelijk voor een persoon die niet verlost is om de Heer te verzoeken omdat deze persoon God op geen enkel gebied in zijn leven erkend. Voor hem is alles wat gebeurt geluk of ongeluk. Alleen diegene die dichtbij de Heer staan kunnen Hem verzoeken, zij hebben Zijn macht gezien, geproefd van Zijn genade en hebben in geloof gewandeld.

Zelfs de rechtvaardige Johannes de Doper werd geconfronteerd met een crisis die kan leiden tot het verzoeken van God. Terwijl hij in de gevangenis zat moet hij zich hebben afgevraagd waar God was in dit alles. Het bericht kwam tot hem over alle prachtige dingen die Jezus aan het doen was – genezingen, wonderen, grote menigtes die die tot Hem kwamen. Maar hij zat daar alleen in z’n cel, in afwachting van zijn executie.

Johannes wist dat hij minder moest worden zodat Christus meer kon worden. Maar nu kwam de gedachte mogelijk door zijn hoofd: “Minder worden, ja, maar dood? Waarom moet ik sterven als Jezus werkelijk God is? Als Hij al deze wonderen voor anderen verricht, waarom kan Hij mij dan niet verlossen? Heer, dit is teveel voor mij” (Herinner u dat Christus de angel van de dood nog niet had verwijderd).

De laatste woorden die Jezus naar Johannes stuurde waren ontzettend belangrijk: “En zalig is wie aan Mij geen aanstoot neemt” (Matteüs 11:6). Christus vertelde deze Godvruchtige dienaar: “Neem geen aanstoot aan Mij Johannes. Je weet dat ik alleen datgene doe wat ik zie en hoor van de Vader. Hij heeft een plan met dit alles, en Hij is het waard om vertrouwd te worden. Als Hij zou willen dat ik je kom verlossen, dan weet je dat ik hier in een ogenblik ben. Je kunt er zeker van zijn dat wat de uitkomst ook zal zijn, het zal voor Zijn glorie wezen. En het zal eeuwige glorie voor jou betekenen!”

“Je gaat nu door een laatste beproeving heen Johannes. Laat je door twijfel niet beroven van je geloof. Rust in plaats daarvan in de liefde en trouw van de Vader. Je wordt niet veroordeeld. In tegendeel zelfs, je wordt geëerd in Zijn ogen. Hou vol!”

Ik geloof dat Johannes volhardde. Toen hij uiteindelijk onthoofd werd door Herodes keerde hij naar de glorie, vol geloof en eer!