zware-last

De last van verborgen zonde

De last van de verborgen zonde die koning David een jaar lang met hem meedroeg kostte hem veel. Het brak zijn gezondheid, het plaagde zijn gedachtes en verwonde zijn geest. Het richtte een ravage aan in zijn huis, het ongoochelde het volk van God en onder de goddelozen nam de spot toe. Uiteindelijk riep hij uit “ik dreig te struikelen, en mijn smart staat mij bestendig voor ogen” (Psalm 38:18). Het Hebreeuwse woord dat hier gebruikt wordt voor struikelen betekent “Ik sta op het punt om te bezwijken onder deze zware zorgenlast”.

Sommige Christenen kijken naar David in deze tijd van moeilijkheden en denken “Wat een moeilijkheden heeft de duivel toch over David kunnen brengen. Hoe kan het dat deze ooit zo zachte psalmist op het punt van instorten is gekomen? God moet wel heel boos op hem zijn geweest”.

Maar nee! Het was niet de duivel die gemaakt heeft dat David zo gezondigd heeft, het was God. In Zijn grote genade heeft God het toegestaan dat deze man zo diep gezonken is, omdat Hij wou dat David de omvang van zijn zonde zou inzien. Hij maakte dat David’s onbeleden zonde zo zwaar werd, dat hij het niet langer meer kon dragen en hij tot berouw gedreven werd.

De waarheid is dat alleen een rechtvaardig mens als David zo krachtig geraakt kan worden door zijn zonde. Ziet u, zijn geweten was nog steeds zacht en hij voelde de scherpe pijn van iedere pijl van overtuiging van God recht in zijn hart. Daarom kon David zeggen “Mijn smart staat mij bestendig voor ogen”.

Dat is het geheim van dit hele verhaal: David had een goddelijke zorg, een diepe en kostbare vrees voor God. Hij kon toegeven “Ik zie de disciplinerende hand van God hierin, die mij neerdrukt tot op mijn knieën en ik geef toe dat mijn zonde Zijn toorn verdiend”.

De schrijver van Klaagliederen zegt: “Ik ben de man die ellende heeft gezien door de roede zijner verbolgenheid. Mij heeft Hij gevoerd en doen gaan in duisternis en donkerte … Hij heeft mijn beenderen gebroken. Hij heeft aan alle zijden tegen mij opgehoopt vergif en moeite … Hij heeft mij in duistere plaatsen doen wonen als de doden van voorlang. Hij heeft mij iedere uitgang versperd, mij in zware koperen ketenen geklonken … Hij heeft mijn weg versperd met steenblokken” (Klaagliederen 3:1-9).

Het punt dat de schrijver hier wil maken is duidelijk: Wanneer we met zonde leven dan zal God zelf onze ketens zo zwaar, chaotisch en angstaanjagend maken dat we tot een diep berouw en openbare belijdenis gedreven worden.