Afgoderij brengt misleiding

Afgodendienaars leven in misleiding, ze geloven dat een leugen de waarheid is!

“Want ieder uit het huis Israëls en uit de vreemdelingen die in Israël vertoeven, die van Mij afvallig wordt, die zijn afgoden in het hart draagt en vlak voor zich stelt wat hem een struikelblok tot ongerechtigheid is, en dan tot de profeet komt, om Mij door hem te raadplegen – Ik, de HERE, zelf zal hem van antwoord dienen” (Ezechiël 14:7)

Dit gedeelte betekent: “Omdat u zichzelf verhard heeft in uw zonde, zonder enig verlangen om u er van af te keren, zal ieder woord dat u vanaf nu hoort u bevestigen in uw misleiding. Zelfs de prediking die u hoort zal over uw afgoden gaan”.

We zien hier een beeld van bij Koning Achab in 1 Koningen 22. Deze man was waarschijnlijk de meest goddeloze koning in de geschiedenis van Israël. Hij had zichzelf samen met koning Josafat opgesteld om de strijd aan te gaan tegen Ramot in Gilead.

De Schrift zegt “En de HERE zeide: wie zal Achab verleiden, zodat hij optrekt en sneuvelt te Ramot in Gilead? De een zeide dit en de ander dat. Toen trad er een geest naar voren en stelde zich voor de HERE en zeide: ik zal hem verleiden. De HERE vroeg hem: waarmede? Hij antwoordde: ik zal heengaan en een leugengeest worden in de mond van al zijn profeten. Toen zeide Hij: gij moet hem verleiden, en gij zult er ook toe in staat zijn; ga heen en doe het” (1 Koningen 22:20-22)

We zien hier een van de ergste afgodendienaren van aller tijden, een man wiens hart was gevangen door hebzucht en lust, die iets van de Heer wil weten. Dus wat geeft God aan Achab? Hij voorziet hem met vierhonderd profeten die tegen hem zullen liegen en de begeertes in zijn hart zullen bevestigen: “Ga maar de strijd in! Alles ziet er goed uit, er ligt vrede en voorspoed op u te wachten”.

Wat een verschrikkelijke tragedie! Achab kon Gods stem niet horen vanwege de afgoden die geworteld waren in zijn hart. God antwoorde hem door hem een krachtige misleiding te sturen – een misleiding die hem zal vernietigen.

“omdat zij de liefde tot de waarheid niet aanvaard hebben, waardoor zij hadden kunnen behouden worden. En daarom zendt God hun een dwaling, die bewerkt, dat zij de leugen geloven” (2 Tessalonicenzen 2:10-11)